Welkom op de website van MS4 Research Institute

_________

Hoogtepunten in 2017

Ook in het afgelopen jaar was MS4 Research Institute op vele fronten actief. Hieronder vindt u een overzicht van de hoogtepunten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen via ms4ri@kpnmail.nl of bellen 024-3239146.  

Publicatie overzichtsartikel over impact van ziektemodificerende geneesmiddelen op kwaliteit van leven bij multiple sclerose

Een bijzondere publicatie: een review over de impact van ziektemodificerende middelen bij patiënten.

Jongen PJ. Health-Related Quality of Life in Patients with Multiple Sclerosis: Impact of Disease-Modifying Drugs. Review Article. CNS Drugs 2017. doi:10.1007/s40263-017-0444-x.

ECTRIMS presentatie Gecontroleerde Can Do Treatment onderscheiden met predicaat TOP SCORE POSTER

Tijdens het ECTRIMS congres 2017 in Parijs presenteerden we de resultaten van de gerandomiseerde gecontroleerde Can Do Treatment (G-CDT) trial.

Tot onze trots werd de poster onderscheiden met het predicaat ‘TOPS SCORE POSTER’. Naar schatting viel deze eer aan minder dan 1% van de posters ten deel.

CDT is een 3-daagse, intensieve, multidisciplinaire behandeling van MS patiënten, die gebruik maakt van inzichten uit de sociaalcognitieve psychologie en waaraan ook de (zorg)partners deelnemen.

In een eerder, ongecontroleerd onderzoek vonden we dat bij patiënten met relapsing remitting MS (RRMS) 6 maanden na CDT de ‘zelfwerkzaamheid’ (self-efficacy control) en kwaliteit van leven duidelijk waren toegenomen.

Naar aanleiding van deze bevindingen onderzocht de G-CDT trial de effectiviteit en kosteneffectiviteit van Can Do behandeling bij deze patiëntengroep.

In totaal werden 158 RRMS patiënten gerandomiseerd, 79 in de CDT groep en 79 in de controlegroep. De deelnemers in de controlegroep kregen geen CDT behandeling. Na afloop van het onderzoek konden zij wel alsnog hiervoor kiezen.

De primaire studie-uitkomst was self-efficacy control, gemeten met de Multiple Sclerosis Self-Efficacy Scale (MSSES) vragenlijst. De meetpunten waren: uitgangsituatie en na 1, 3 en 6 maanden.

Na 1 en 3 maanden was de MSSES score in de CDT groep statistisch significant hoger was dan in de controle groep. De gemiddelde toename in de CDT groep was +27,6% (1 maand) en +19,7% (3 maanden). Na 6 maanden was het verschil tussen beide groepen niet meer significant, ondanks de gemiddelde toename van +23,5% in de CDT groep. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat na 6 maanden de MSSES score in de controlegroep met gemiddeld +13,0% was toegenomen.

De volledige onderzoeksresultaten zullen worden beschreven in twee publicaties, een over de effectiviteit van CDT en een over de kosteneffectiviteit. 

De G-CDT trial is een initiatief van en wordt gefinancierd door het Nationaal MS Fonds, Rotterdam.

Start van Genetic Etiology of Multiple Sclerosis (GEMS) studie

Begin 2017 startte de Genetic Etiology of Multiple Sclerosis (GEMS) studie.

GEMS zoekt bij MS patiënten naar verbanden tussen enerzijds afwijkingen in de genen, en anderzijds ziekteactiviteit, ziektelast en effectiviteit van ziektemodificerende behandelingen.

Het onderzoek is een samenwerking tussen de afdeling Humane Genetica van de Radboud Universiteit Nijmegen (dr. G. Poelmans), de afdelingen Neuroinformatica (dr. M. Martens) en Moleculaire Dierfysiologie (prof. dr. G. Martens) van het Nijmeegse Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag, en MS4 Research Institute (dr. P. Jongen).

Aan deze tweejarige studie zullen 600 MS patiënten deelnemen uit 6 Nederlandse MS centra.

De studie wordt gefinancierd door Drug Target ID uit Nijmegen.

Start van Multiple Sclerose Familieonderzoek

Medio 2017 startte een tweede genetisch onderzoek, de Multiple Sclerosis Family Study (Multiple Sclerose Familieonderzoek). In tien families met MS wordt onderzocht of zeldzame genetische veranderingen (mutaties) MS kunnen veroorzaken.

Naast de afdeling Humane Genetica van de Radboud Universiteit Nijmegen (dr. G. Poelmans), de afdelingen Neuroinformatica (dr. M. Martens) en Moleculaire Dierfysiologie (prof. dr. G. Martens) van het Nijmeegse Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag, en het MS4 Research Institute (dr. P. Jongen), is ook het Nationaal MS Fonds (dhr. M. Heerings) bij deze studie betrokken.

Het MS Familieonderzoek wordt gefinancierd door het Nationaal MS Fonds, Rotterdam. 

MSmonitor invitational conference: draagvlak voor multi-sponsoring  

In het kader van het MSmonitor project vond begin 2017 in Amsterdam een invitational conference plaats. Op de agenda stonden multi-sponsoring en structurele financiering.

Alle registratiehouders van ziektemodificerende MS middelen hadden gehoor gegeven aan de uitnodiging. Namens de Stichting MSmonitor waren voorzitter dr. P.J. Jongen, en de bestuursleden drs. E. van Noort en dhr. A. Kool aanwezig. In de persoon van voorzitter dr. G. Hengstman was ook MS Zorg Nederland vertegenwoordigd. 

De bijeenkomst verliep in een uitgesproken positieve en constructieve sfeer. Er bleek een duidelijk draagvlak voor structurele financiering van het MSmonitor project via Multi-sponsoring. Verdere uitwerking van ideeën vond in de loop van het jaar plaats en de resultaten zullen binnenkort worden gecommuniceerd.            

In 2017 en voorgaande jaren is het MSmonitor project mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van TEVA Nederland.

Tweede publicatie MS Annalisa project: voorkeuren van neurologen en MS verpleegkundigen voor aspecten van ziektemodificerende middelen verschillen weinig van die van patiënten

Aanleiding voor dit onderzoek was de vraag hoe belangrijk neurologen en MS verpleegkundigen verschillende aspecten van ziektemodificerende middelen vinden, ook in vergelijking met de voorkeuren van patiënten.

Zevenentwintig neurologen en 33 MS verpleegkundigen namen deel aan een online vragenlijstonderzoek. Met behulp van best-worst scaling en berekening van relatieve belangrijkheidscores (relative importance scores) konden we hun voorkeuren vaststellen. Vervolgens vergeleken we de uitkomsten via multipele lineaire regressieanalyse met de voorkeuren van patiënten, die eerder waren onderzocht.

Voor neurologen en MS verpleegkundigen bleek veiligheid het belangrijkste aspect van een ziektemodificerend middel, op de voet gevolgd door effecten op ziekteprogressie, kwaliteit van leven en frequentie van terugvallen. Ook patiënten vonden de laatste drie aspecten belangrijk, maar sloegen het belang van veiligheid lager aan.  

Conclusie: over het algemeen vinden neurologen en MS verpleegkundigen dezelfde eigenschappen van ziektemodificerende middelen belangrijk als patiënten.

Echter, hiermee is niet gezegd dat de voorkeur van een individuele patiënt overeenkomt met die van haar/zijn behandelende neuroloog of MS verpleegkundige. Het onderzoek maakt uitspraken op groepsniveau mogelijk, maar niet over individuele voorkeuren van patiënten of zorgverleners. Om met verschillen tussen patiënten rekening te kunnen houden, ontwikkelen we in het Multipele Sclerose Annalisa project een online keuzehulp.

Meer informatie: Kremer IEH, Evers SMAA, Jongen PJ, Hiligsmann M. Comparison of preferences of healthcare professionals and MS patients for attributes of disease-modifying drugs: A best-worst scaling. Health Expect. 2017 Jul 21.

Tweede fase van MS Annalisa project van start

In 2017 is de tweede fase van MS Annalisa van start gegaan. In het MS Annalisa project ontwikkelt de afdeling Health Services Research van de Universiteit Maastricht, samen met MS4 Research Institute, een online keuzehulp voor ziektemodificerende middelen bij MS.

In eerder onderzoek hebben we de voorkeuren van patiënten, neurologen en MS verpleegkundigen ten aanzien van eigenschappen van deze middelen onderzocht.

Op basis van de uitkomsten en van informatie uit de wetenschappelijke literatuur ontwikkelen we nu een keuzehulp. De testen van het prototype staan voor 2018 gepland.

Het MS Annalisa project wordt financieel mogelijk gemaakt door een schenking van Bayer Nederland.

Bijwerking opnieuw onder de aandacht: Letter to the Editor (Neuroloy)

Juni 2017 publiceerde Neurology de bevindingen van een reeks nested case control studies naar bijwerkingen van interferon-beta (IFN-beta) bij relapsing remitting multiple sclerose (RRMS) patiënten (de Jong et al. Evaluating the safety of β-interferons in MS: A series of nested case-control studies. Neurology. 2017 Jun 13;88(24):2310-2320).

Behandeling met IFN-beta bleek geassocieerd met een 1,8 keer groter risico op een cerebrovasculair accident (CVA) 1,6 keer groter risico op migraine, en 1,3 keer groter risico op depressie en bloedafwijkingen.

Als reactie op deze publicatie schreef dr. Jongen een online WriteClick® Letter to the Editor waarin hij de bevindingen van de FLAIR studie opnieuw onder de aandacht bracht: Adverse events of interferon beta-1a: a prospective multi-centre international ICH-GCP-based CRO-supported external validation study in daily practice (PLoS One. 2011;6(10):e26568. doi: 10.1371/journal.pone.0026568). De FLAIR studie onderzocht bij 275 RRMS patiënten o.a. bijwerkingen van INF-beta-1a behandeling. Eén patiënt bleek overleden als gevolg van twee CVA’s.

Dr. Jongen suggereerde om bij een nieuw middel meteen na marketingautorisatie te starten met prospectieve studies volgens ICH-GCP richtlijnen en met ondersteuning van CRO’s, als manier om zo snel mogelijk safety signals op te sporen. Daarna kunnen deze in gecontroleerde observationele studies verder worden onderzocht.

Het belang van dit onderwerp wordt onderstreept door het feit dat de WriteClic® als Editor’s Choice in het november nummer van Neurology werd gepubliceerd (Jongen PJ. Letter re: Evaluating the safety of β-interferons in MS: A series of nested case-control studies. Neurology. 2017 Nov 7;89(19):2022).

Presentatie Nationale MS Dag

Op 19 november hield het Nationaal MS Fonds haar jaarlijkse Nationale MS Dag in Maarssen. Tijdens de plenaire ochtendsessie hield Dr. Jongen een lezing over therapietrouw: ‘Therapietrouw: wat te weten en wat te doen’.

Tweede publicatie CAIR studie: kwaliteit van leven en self-efficacy voorspellen volhouden van behandeling in de dagelijkse praktijk

In maart 2017 verscheen de tweede publicatie de Correlative Analysis of Adherence in Relapsing Remitting Multiple Sclerosis (CAIR) studie. Daarmee is dit onderzoek afgerond. Analyse van de data liet zien dat MS patiënten die binnen 1 jaar stopten met dagelijkse glatirameeracetaat (Copaxone®) injecties, bij start van de behandeling een lagere lichamelijke kwaliteit van leven en een lagere zelfwerkzaamheid (self-efficacy control) hadden, dan patiënten die de behandeling voortzetten.

Op basis van deze uitkomsten ontwikkelden we een score waarmee het risico op vroegtijdig stoppen van ziektemodificerende behandeling met frequente injecties kan worden voorspeld. Een patiënt met een lage score (d.w.z. bij de laagste 25%) heeft 2,3 keer meer risico om in het eerste jaar te stoppen, dan een patiënt met een hoge score (d.w.z. bij de hoogste 25%). De absolute risico’s zijn 53% vs. 23%.

De score kan in de dagelijkse praktijk worden gebruikt om patiënten te identificeren die meer dan 50% risico lopen om binnen het jaar te stoppen. De score stelt neurologen en MS verpleegkundigen in staat om gericht therapietrouwbevorderende maatregelen te nemen bij patiënten met een groot risico vroegtijdig te stoppen

Opvallend was kwaliteit van leven en self-efficacy control niet konden voorspellen hoeveel doses werden gemist in het eerste jaar van behandeling. 

Meer informatie: Jongen PJ, Lemmens WA, Hoogervorst EL, Donders R. Glatiramer acetate treatment persistence - but not adherence - in multiple sclerosis patients is predicted by health-related quality of life and self-efficacy: a prospective web-based patient-centred study (CAIR study). Health Qual Life Outcomes. 2017 Mar 14;15(1):50.

Online vragenlijsten invullen: vaak een korte lijst of minder vaak een lange lijst?

Steeds meer direct-to-patient wetenschappelijk onderzoek maakt gebruik van online vragenlijsten, die patiënten worden geacht regelmatig in te vullen. We weten echter niet goed hoe ‘trouw’ deelnemers de lijsten op de lange termijn blijven invullen. Evenmin weten of onderzoekers beter wat vaker een korte lijst kunnen gebruiken, of juist minder vaak een lange lijst.

De Nederlandse MS studie gaf ons de mogelijkheid om twee schema’s te onderzoeken: maandelijks&kort tegenover halfjaarlijks&lang. 

In de eerste twee jaar van de MS studie hadden evenveel deelnemers alle maandelijkse korte vragenlijsten ingevuld als alle halfjaarlijkse lange vragenlijsten. Wel begon men bij de maandelijkse lijsten wat meer ‘achter te lopen’ met invullen. Dit komt waarschijnlijk doordat bij elke keer invullen het risico aanwezig iets te laat in te vullen. 

Een belangrijke bijkomende bevinding: deelnemers die in de eerste 6 maanden telefonisch contact hadden met een van de onderzoekers (om de EDSS score af te nemen), waren over de hele twee jaar periode ‘trouwer’ in het invullen.

Meer informatie: Jongen PJ, Kremer IEH, Hristodorova E, Evers SMAA, Kool A, van Noort EM, Hiligsmann M. Adherence to Web-Based Self-Assessments in Long-Term Direct-to-Patient Research: Two-Year Study of Multiple Sclerosis Patients. J Med Internet Res. 2017 Jul 21;19(7):e249. doi: 10.2196/jmir.6729.

MS Zelf: ontwikkeling en onderzoek van een app voor mensen met MS

In het afgelopen jaar startte de MS Zelf studie. Hierin onderzoeken we de toepasbaarheid en het gebruiksgemak van nieuwe mobiele instrumenten waarmee relapsing remitting multiple sclerose (RRMS) patiënten zich zelf kunnen monitoren.

Het onderzoek is een samenwerking tussen de afdeling Neuroinformatica (dr. M. Martens) van het Nijmeegse Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag, het Nationaal MS Fonds uit Rotterdam (Dhr. M. Heerings), en Orikami bv (P.van Oirschot MSc), MS4 Research Institute (dr. P. Jongen) en de afdeling Humane Genetica van de Radboud Universiteit Nijmegen (dr. G. Poelmans) uit Nijmegen.

Centraal in het onderzoek staan drie recent ontwikkelde zelftesten voor MS patiënten: de smartphone Symbol Digit Modalities Test (sSDMT), smartphone Two-Minute Walking Test (s2MWT) en smartphone Walking Balance Test (sWBT).

De validiteit en sensitiviteit van deze s-instrumenten wordt onderzocht door te kijken of de uitkomsten ervan overeenkomen met die van de conventionele SDMT, 2MWT en Timed-get-Up and Go Test (TUG), respectievelijk. De resultaten worden medio 2018 verwacht.

MS Zelf wordt financieel mogelijk gemaakt door het Nationaal MS Fonds, Rotterdam. 

E-learning ‘Ziektemodificerende behandeling bij MS – bouwstenen voor een behandelalgoritme’

De e-learning is bedoeld voor neurologen die betrokken zijn bij de behandeling van MS patiënten met ziektemodificerende geneesmiddelen. Per geneesmiddel worden de volgende aspecten behandeld: indicatiegebied, werkingsmechanismen, registratiestudies, klinische werkzaamheid, veiligheid en bijwerkingen, persistentie, en het monitoren van veiligheid.

Aan de hand van vergelijkende gerandomiseerde studies wordt ingegaan op de volgorde waarin de middelen kunnen worden ingezet.

De e-learning is geaccrediteerd door de Nederlandse Vereniging voor Neurologie, en kan worden gevolgd via www.medischwijzer.nl.

De e-learning is financieel mogelijk gemaakt door Bayer Nederland.   

Laatste nieuws

----------

Klik hier voor ons overige nieuws


 

Nieuws

Er zijn momenteel geen berichten.